Het is niet meer wat Het was.
Vroeger leefde Het onder water of beter nog: in het water. Elke kleine of grotere watermassa trok Het aan. Oké, Het had wel lucht nodig om in te ademen maar tweemaal per etmaal volstond ruimschoots.
Het heeft geen naam. Waarom ook, Het is volgens hetzelf alleen in diens omgeving. Er is geen ander wezen zoals Het in de buurt om te benoemen of om benoemd te worden. Het heeft geen geslacht en Het plant zich niet voort zoals de meeste dieren of planten. Het heeft geen seks in welke vorm dan ook. Je kan zelfs zeggen dat Het zich niet kan vermenigvuldigen tenzij per toeval.
Het voedt zich met water, massa’s water, en met die kleine onzichtbare diertjes en plantjes en alles daartussenin die steeds in het water zwemmen. Zelf wordt Het door andere dieren niet opgegeten. Het is te groot voor de vissen die dichtbij de oevers zwemmen, en Het waagt zich niet ver van de oever of heel diep in de zee.
Om lucht te happen komt Het aan de oppervlakte en heel soms aan de grens tussen water en land.
Het kan niet lang op zand of aarde of op een rots liggen want als de zon schijnt droogt Het snel uit en dan moet Het zich uit de voeten maken (bij manier van spreken) en zich verspreiden in aaneenhangende fijne straaltjes om weer in een rivier of meer of plas te belanden. Als dat niet lukt sterft Het af.
Het ideaal moment om een uitstapje te maken is wanneer het regent. Dan kan Het niet uitdrogen, beter nog Het kan zich constant voeden aan vers water.
Maar zoals ik al zei: Het is niet meer wat Het was.